Tips
Hoe natuursteentegels plaatsen?
Ieder type natuursteen heeft zijn eigen technische en esthetische eigenschappen.
Hun samenstelling verschilt bijgevolg sterk in vergelijking met keramische tegels.
Een aangepaste plaatsingstechniek is dus soms vereist. Een goede diagnose van de ondergrond en van de te plaatsen natuursteen is essentieel om een correcte plaatsing te bekomen.
PROBLEEMTOEPASSINGSADVIES
Niet iedere natuursteen heeft dezelfde eigenschappen
De mechanische eigenschappen, de hardheid, de cohesie en de aard van natuursteen verschillen naargelang het type, hetgeen grote verschillen in porositeit en spanningen kan teweegbrengen. Een nauwkeurige identificatie van de te plaatsen natuursteen is bijgevolg noodzakelijk. (zie de Technische Voorlichting (TV) 205 van het WTCB)
Het is soms moeilijk om een goede vlakheid van de afgewerkte bekleding te verkrijgen
Afhankelijk van de aard van de ondergrond en de eventuele dikteverschillen van de natuursteentegels is het is soms moeilijk om een goede vlakheid van de bekleedde oppervlakte te verkrijgen. De plaatsing van dit type natuursteen vereist een dikbed kleefmortel die toepasbaar is in een mortelbed met variërende zetdikte om de oneffenheden van de ondergrond en de dikteverschillen van de niet gecalibreerde natuursteentegels op te vangen
Sommige lichtgekleurde natuurstenen vragen bijzondere aandacht
Sommige lichtgekleurde natuurstenen (zoals kalksteen en marmer) zijn dikwijls onderhevig aan kleurverschillen (schaduw aspect) en/of vlekvormingen Deze gebreken zijn meestal te wijten aan een slechte overdracht van de kleefmortel tussen de ondergrond en de natuursteen en/of aan het gebruik van een grijze kleefmortel, dewelke een natuurlijke chemische reactie kan teweegbrengen door de in het cement aanwezige alkaliën Om deze problemen te vermijden is het aangewezen om een witte kleefmortel te gebruiken en een volledige overdracht te voorzien van de kleefmortel tussen de ondergrond en de te plaatsen natuursteen
IN FUNCTIE VAN DE AARD EN DE VLAKHEID VAN DE ONDERGROND ALSOOK HET TYPE NATUURSTEEN (GECALIBREERD OF NIET GECALIBREERD) KUNNEN 2 PLAATSINGSTECHNIEKEN AANGEWEND WORDEN:
- Een verlijmde plaatsing (zetdikte tussen 3 en 10 mm): tegellijm gebruiken of
- Een plaatsing in een mortelbed (dikte van het mortelbed tussen 5 en 35 mm): mortel gebruiken.
De te betegelen oppervlakte dient droog (uitgezonderd voor verse dekvloeren en beddingen van gestabiliseerd zand), zuiver, stevig, stabiel, gezond en cohesief te zijn, ongeacht de vooropgestelde plaatsingstechniek
Door krabben alle sporen van verf, gips, vet, oliën, cementmelk of lijm verwijderen
Bestaande bekledingen dienen goed te hechten om het later loskomen van het geheel te voorkomen
Alle holklinkende of zwak hechtende delen verwijderen
Zorgvuldig ontstoffen (stofzuigen of borstelen)
Op poreuze ondergronden (een druppel water wordt in minder dan 1 minuut opgenomen) of op zeer gladde ondergronden (polybeton) eerst, met de rol of de borstel, een grondlaag aanbrengen
Op oude hechtende en stevige ondergronden zoals tegels, na reiniging, met de rol of de borstel een grondlaag iboprim aanbrengen. iboprim blijft licht kleverig
Bij het plaatsen in een mortelbed, mortel al vorderend aanbrengen en nivelleren om een mortelbed variërend van 5 tot 35 mm te verkrijgen, afhankelijk van de aard van de ondergrond en de bekleding
Bij verlijmen, tegellijm op de ondergrond aanbrengen, vervolgens in een gelijke laagdikte, met een aan het tegelformaat en de vlakheid van de ondergrond aangepaste getande spaan, uitkammen
Voor tegels van groot formaat en bij weinig vlakke ondergronden, dubbele verlijming toepassen door op de rugzijde van de tegel vóór het plaatsen een dunne laag kleefmortel uit te strijken om een betere overdracht te verkrijgen
Om een goede overdracht onder te tegels te verzekeren en alle lucht te verdrijven, de tegels aankloppen of goed aandrukken. Naarmate het werk vordert, sporen van de kleefmortel op de tegels met een vochtige spons verwijderen
Nadien opvoegen na het in acht nemen van de wachttijd



